| Maandag | Gesloten |
| Dinsdag | 09:00 - 18:30 |
| Woensdag | 09:00 - 18:30 |
| Donderdag | 09:00 - 18:30 |
| Vrijdag | 09:00 - 19:15 |
| Zaterdag | 08:00 - 17:00 |
| Zondag | Gesloten |
De Gezondheidsraad bevestigt dat vis eten gezond is, Die zegt dat als je twee keer per week vis eet, waarvan een keer per week vette vis, dan verklein je daarmee de kans op hart- en vaatziekten. Deze hoeveelheden zijn voldoende.
In Radar werd gesuggereerd dat vissen een hoog gehalte aan giftige stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de gezondheid. De Gezondheidsraad denkt daar anders over. Zo staat in de Richtlijnen dat ‘ het gezondheidsrisico door blootstelling aan giftige stoffen niet opweegt tegen de gezondheidswinst door regelmatig vis te eten’. Kortom: je hebt zoveel baat bij twee maal per week vis eten, dat het andere daardoor te verwaarlozen is.
Ben je een echte liefhebber? Dan heeft het Voedingscentrum een aantal extra adviezen om mogelijke gezondheidsrisico’s uit te kunnen sluiten. Voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geldt een afwijkend advies.
Extra adviezen voor zwangere en vrouwen die borstvoeding geven:
Eet niet meer dan twee keer per week vette vis. Omdat vis kleine hoeveelheden dioxines kan bevatten is het verstandig om maximaal twee porties van eenzelfde vissoort in een week te eten. Varieer met de verschillende soorten vis. Je hebt genoeg keuze.
Vermijd gerookte vis vacuümverpakt: Vacuümverpakte vis (uit het koelvak) kan besmet zijn met Listeria-bacteriën. Door verhitting gaan de bacteriën dood. Eet daarom alleen vacuümverpakte gerookte zalm als deze nog wordt verwarmd, bijvoorbeeld in een ovenschotel of pastasaus. Vers gerookte zalm of zalm uit de diepvries kun je gewoon eten. Dit advies geldt ook voor ouderen en mensen met een verminderde weerstand.
Vermijd ook de roofvissen: verse tonijn, zwaardvis, haai en koningsmakreel. Met deze vissoorten heb je een grotere kans op het binnenkrijgen van te veel gifstoffen. Van tonijn uit blik kun je wel gewoon twee porties per week eten.
Vrouwen die zwanger willen worden, zwanger zijn, of borstvoeding geven, zouden per week 340 gram vette vis moeten eten. Dat zeggen Amerikaanse experts. Nederlanders zouden veel meer vis moeten gaan eten. Dat zegt de Gezondheidsraad in de pas uitgekomen richtlijnen voor een goede voeding. Het advies voor de hoeveelheid visvetten is zelfs verdubbeld: 2x per week vis waarvan minimaal 1x vette vis. Zwangere vrouwen zouden dit advies helemaal ter harte moeten nemen. Vis zit namelijk boordevol voedingstoffen waarvan juist tijdens de zwangerschap meer nodig is.
Elk mens begint zijn leven een beetje als een visje. Zwemmen in het vruchtwater, lekker dobberen in de warme, donkere buik. Alle tijd om te groeien, en dat doen baby’s dan ook razendsnel. Het blijft wonderbaarlijk: het begint met slechts een cel en binnen negen maanden ontstaat een compleet mensenkind! Bij dat hele proces van groei en ontwikkeling speelt voeding een cruciale rol. Want voor al dat groeien zijn natuurlijk veel voedingsstoffen nodig. Het is daarom heel slim als een zwangere vrouw zo gezond mogelijk eet. En bij goed eten hoort vette vis! Want juist de bijzondere vetzuren in die vette vis heeft een kind in de buik hard nodig, bijvoorbeeld voor de vorming van hersenweefsel en voor een goede oogfunctie. In ons land wordt veel onderzoek gedaan naar deze vetzuren. Onderzoek in Maastricht laat zien dat kinderen die voor de geboorte veel visvetzuren via de moeder krijgen, daar zelfs nog op 7-jarige leeftijd van profi teren. Ze zijn motorisch beter ontwikkeld, hun oogfunctie is iets beter en er zijn zelfs aanwijzingen dat ook hun gedrag beter is. Gronings onderzoek toont aan dat visvetzuren tijdens de zwangerschap zorgen voor meer ‘lenige’ kinderen. Het advies van veel wetenschappers is daarom: “Eet regelmatig vette vis, zeker als je zwanger bent.” Want met een visje op z’n tijd voelt een baby zich als een vis in het water!
Vissoorten zoals haring, makreel, sardientjes, witte tonijn en zalm zijn rijk aan omega-3 vetzuren. Deze vetzuren zijn erg goed voor de ontwikkeling van de hersenen van het (ongeboren) kind. Ze worden echter niet door het menselijk lichaam aangemaakt en je kunt ze dus alleen via je voeding binnenkrijgen.
Karine Hoenderdos, voedingskundige
Vraag: Mag een zwangere vrouw alle soorten vis eten?
Antwoord: Nee.
Vis is heel gezond tijdens de zwangerschap maar sommige soorten vis kan een zwangere vrouw beter niet eten. Rauwe vacuümverpakte (uit de supermarkt) vis zoals gerookte zalm en gerookte haring kan besmet zijn met de listeriabacterie. Deze vis kan vaak lang worden bewaard en juist tijdens het bewaren kunnen de bacteriën zich sterk vermenigvuldigen. Voor alle zekerheid is het beter deze vis niet koud te eten tijdens de zwangerschap. Gerookte vis die in een warm gerecht is verwerkt is veilig; door verhitten worden de bacteriën gedood. Ook haring kan gewoon gegeten worden.
Haring wordt kort bewaard waardoor bacteriën vrijwel geen kans krijgen zich te ontwikkelen. Ook met roofvissen moet een zwangere vrouw oppassen. Roofvissen zoals zwaardvis, en (verse) tonijn kunnen verontreinigd zijn met zware metalen (met name kwik). Deze stoffen kunnen nadelig zijn voor de ontwikkeling van de baby in de baarmoeder. Ons advies is om witvis, zalm tonijn , zwaardvis en marlijnvis goed door te bakken.
Volgens de experts, die uit verschillende vakgebieden komen, eet negentig procent van de vrouwen minder dan de aanbevolen hoeveelheid vis.
Visvetten spelen een belangrijke rol in het functioneren van de hersenen. Hornstra heeft onderzocht of de hoeveelheid visvetten in het bloed van de zwangere vrouw samenhangt met het functioneren van de hersenen. Uit dit onderzoek blijkt dat het leervermogen van zwangere vrouwen afneemt met het vorderen van de zwangerschap.
In die tijd daalt ook de concentratie van visvetten in het bloed van de moeder. Er lijkt een relatie te bestaan. Uit ander onderzoek bleek al dat vrouwen in landen waar men veel vis eet, veel minder kans op een postnatale depressie hebben dan in landen waar weinig vis gegeten wordt.
Als zwangere vrouwen veel vis eten, ontwikkelen hun baby’s zich motorisch duidelijk beter in de eerste achttien maanden van hun leven. Baby’s die voor de geboorte via de navelstreng al veel lange keten meervoudig onverzadigde vetzuren (‘visolie vetzuren’) in hun bloed hebben gekregen, zijn na achttien maanden minder houterig en bewegen zich vloeiender. Baby’s die voor de geboorte juist veel transvetzuren in hun bloed hebben, ontwikkelen zich in die periode motorisch juist minder goed.
Transvetzuren zijn niet-natuurlijke vetten die door de voedingsindustrie in voedingsmiddelen zijn opgenomen. Dit blijkt uit onderzoek van de werkgroep Early Nutrition and Development van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij publiceren deze week over hun onderzoek in het gerenommeerde Amerikaanse tijdschrift ‘Pediatric Research’. Het is wereldwijd voor het eerst dat het effect van prenatale voeding op de motorische ontwikkeling van de baby na achttien maanden is aangetoond.
Aan het onderzoek hebben ruim 300 kinderen in Nederland meegedaan; zij zijn allemaal na een normale voldragen zwangerschap geboren. Doordat de wanden van de navelstrengbloedvaten van deze kinderen onderzocht zijn, kon geanalyseerd worden welke voedingsstoffen prenataal al aanwezig waren. Voor het eerst kon zo het verband tussen de prenatale voedingstoestand en de neurologische ontwikkeling na achttien maanden vastgesteld worden. “Dit geeft vooral aan hoe groot de invloed van prenatale voeding op de ontwikkeling van een baby is”, zegt Mijna Hadders-Algra, hoogleraar ontwikkelingsneurologie aan het UMCG en projectleidster van het onderzoek. “Als vrouwen zwanger zijn, is het voor de motorische ontwikkeling van hun baby het beste als ze veel makreel en andere vette vis eten. Daar zitten namelijk veel visolie vetzuren in. Kinderen hebben na achttien maanden een betere spontane motoriek als ze bij de geboorte veel vetzuren afkomstig uit visolie in hun bloed hebben. Ze struikelen niet over speeltjes die ze zelf hebben neergelegd en bewegen zich vloeiender, minder houterig. Hebben ze voor de geboorte veel transvetzuren in hun bloed gehad, dan is hun motoriek duidelijk veel minder goed. Transvetzuren zitten vooral in producten als chips, kroketten, patat en gevulde koeken. Zwangere vrouwen kunnen die versnaperingen dan ook beter laten staan.”
Het onderzoek heeft in totaal negen jaar in beslag genomen. Het UMCG is het enige onderzoekscentrum dat dit type prenataal onderzoek kan doen en dat de neurologische deskundigheid heeft om de effecten van visolie vetzuren en transvetzuren te onderzoeken. Doordat nu voor het eerst het effect op de ontwikkeling na achttien maanden is vastgesteld, is er vanuit de hele wereld al wetenschappelijke belangstelling voor de uitkomsten van haar onderzoek. Hadders hoopt dat met de uitkomsten van dit onderzoek, de voedingindustrie het gebruik van de transvetzuren verder zal terugdringen.
Hornstra heeft ook gekeken of het gehalte aan visvetten bij de moeder tijdens de zwangerschap invloed heeft op de ontwikkeling van het kind. Als een moeder tijdens de zwangerschap weinig visvetten in het bloed heeft, wordt het kind ook geboren met weinig visvetten in het lichaam. Hornsta heeft gekeken of hiervan een effect was te zien bij kinderen op 7-8 jarige leeftijd. Hij vond geen verschil in de ontwikkeling van de hersenen. Wel zag Hornstra een verschil in motorische ontwikkeling. Ze konden ook scherper zien en sneller informatie opnemen dan kinderen met weinig visvetten bij de geboorte. Vooral de hoeveelheid visvetten die een kind na de geboorte bezit, lijkt van belang volgens Hornstra. Voor hem reden om vrouwen aan te raden tijdens de zwangerschap te zorgen voor voldoende visvetten in de voeding.
Appels en vis tijdens zwangerschap beschermt kind tegen astma en allergie.
Onderzoeken over de hele wereld hebben aangetoond dat het eten van vette vis tijdens de zwangerschap, maar ook tijdens de periode van borstvoeding heel belangrijk is voor de ontwikkeling van de hersenen van de foetus/baby. De omega 3 vetzuren die in vette vis zitten, en voor de ontwikkeling van de hersenen dus zo belangrijk zijn, kunnen niet door het menselijk lichaam worden aangemaakt. Je moet ze dus via de voeding binnenkrijgen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen van moeders die voldoende vette vis aten, kinderen krijgen die betere communicatieve vaardigheden en een hoger IQ hebben. Ook de fijne motoriek en de sociale ontwikkeling van kinderen van moeders die voldoende vis aten tijdens de zwangerschap en de periode van borstvoeding is duidelijk beter.
Behalve veel gezonde voedingsstoffen kunnen vette vissen en roofvissen ook kwik, dioxinen en PCB's bevatten. Die stoffen komen in de vis terecht door milieuvervuiling. In het algemeen zijn de gezondheidsvoordelen van het eten van vette vis groter dan de nadelen. Vanwege de dioxinen wordt het eten van paling uit de grote rivieren helemaal afgeraden.
Voor zwangere vrouwen heeft het Voedingscentrum het voedingsadvies over vette vis bijgesteld. Zij kunnen beter niet vaker dan twee keer per week vette vis eten. Het eten van roofvissen zoals snoekbaars, haai, koningsmakreel, verse tonijn, zwaardvis en marlijn wordt helemaal afgeraden.
Vette vis voor de hersenontwikkeling van je baby:
Dat het eten van vette vis goed is voor ons weten we allang. Echter dat het eten van vette vis ook heel goed is voor de ontwikkeling van je baby is iets wat lang niet alle zwangere vrouwen/jonge moeders weten.
Eet meer vis, vooral als je zwanger bent!
Wil je meer weten over zwanger zijn en voeding kijk dan op deze pagina´s http://zwanger.startpagina.nl/
In Japan leven meer dan 10.000 mensen die honderd jaar of ouder zijn! Een van de redenen dat Japanners zo lang leven, is dat ze zo vaak vis eten. Mensen die zichzelf 1-2 keer per week op (vette) vis trakteren, verlengen hun leven.
Het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten wordt er namelijk een stuk kleiner door. Niet voor niets luidt het spreekwoord "zo gezond als een vis".
De Hoge Gezondheidsraad (HGR), het hoogste adviesorgaan van de federale regering inzake gezondheid, heeft zopas een advies uitgebracht over de effecten van vis op de gezondheid van volwassenen en kinderen.
Het eetbare gedeelte van vis, schaal- en schelpdieren bestaat voornamelijk uit spierweefsel, dus uit eiwitten. Vis bevat gemiddeld 18 % eiwit (ongeveer 80 % van de droge massa zijn eiwitten).
Het eiwitgehalte van schaaldieren bedraagt eveneens ongeveer 18 %, voor schelpdieren ligt dit percentage iets lager; namelijk tussen 10 en 15 %. Hoewel de diverse vissoorten en zeevruchten een uiteenlopende aminozuursamenstelling vertonen, leveren zij allemaal belangrijke hoeveelheden essentiële aminozuren.
Het menselijk lichaam kan zelf geen essentiële aminozuren aanmaken en is voor de dekking van deze behoefte volledig op de voeding aangewezen. Viseiwitten zijn tenslotte zeer goed verteerbaar omdat het spierweefsel van vis in vergelijking met dat van zoogdieren en vogels relatief weinig bindweefseleiwitten bevat zoals collageen, elastine en keratine.
Vis bevat weinig tot geen koolhydraten. Schelpdieren bevatten iets meer koolhydraten, namelijk gemiddeld 3 tot 4 % en in hoofdzaak in de vorm van glycogeen.
Vis is een goede bron van wateroplosbare vitaminen, zoals niacine, pantotheenzuur, vitamine B6 en B12. Aangezien plantaardige voedingsmiddelen geen vitamine B12 bevatten, is men voor de aanbreng ervan aangewezen op dierlijke producten zoals vis, vlees en zuivelproducten. Honderd gram bereide vis levert ongeveer 10 tot 25 % van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor vitamine B12 en 45 tot 70 % van de ADH voor niacine.
Vette vissoorten leveren eveneens de vetoplosbare vitaminen A en D.
Levertraan, bijzonder rijk aan vitamine A en D, werd tot na de Tweede Wereldoorlog frequent aan opgroeiende kinderen gegeven in de strijd tegen rachitis, een beenderziekte waarbij te weinig calcium in de beenderen wordt afgezet met broze en kromme botten tot gevolg.
Vitamine D zorgt ervoor dat calcium en fosfor uit de voeding worden opgenomen en in de botten worden vastgelegd. Voldoende vitamine D evenals voldoende calcium zijn trouwens ook voor volwassenen belangrijk met het oog op de preventie osteoporose. Vitamine D wordt vooral in de huid zelf aangemaakt onder invloed van het zonlicht.
Mensen die weinig of niet in het daglicht komen (ouderen, zieken) of mensen die hun huid altijd bedekken (gesluierde vrouwen) moeten meer vitamine D via de voeding zien in te nemen.
Vooral vette zeevis (zoals zalm, haring, makreel, heilbot) - 100 g vette vis levert reeds 50 % van de ADH.
Het sporenelement selenium is een co-factor van diverse eiwitten, namelijk de seleno-proteïnen. Deze eiwitten oefenen een aantal essentiële functies uit: de bescherming van de cel tegen oxidatieve schade door vrije radicalen, de regeling van het schildklierhormoon, van de voortplanting en van het afweersysteem.
Een ernstig seleniumtekort kan aanleiding geven tot een cardiomyopathie (een afwijking van de hartspier), een matig tekort kan leiden tot een skeletspiermyopathie. Deze aandoeningen komen gelukkig slechts zelden voor. Dankzij de antioxidatieve eigenschappen van selenium zou een adequate seleniuminname bovendien de kans op hart- en vaatziekten en op kanker beperken.
Onze gewijzigde voedingsgewoonten met onder meer een toenemend gebruik van geraffineerde graanproducten hebben geleid tot een verminderde seleniuminname. Dit betekent dat de aanbevolen hoeveelheden vaak niet meer worden gehaald.
Twee maal per week vis gebruiken, kan er in belangrijke mate toe bijdragen om deze tendens een halt toe te roepen.
Het mineralengehalte van vis, schaal- en schelpdieren ligt in dezelfde orde van grootte als van vlees. Vis bevat minder ijzer en zink dan vlees, maar aangezien beide mineralen ook in vis in een goed absorbeerbare vorm worden aangeboden, kan vis alsnog een belangrijke bijdrage leveren in de voorziening van deze mineralen.
Schaal- en schelpdieren bevatten meer ijzer en zink en in het bijzonder oesters zijn rijk aan zink. Zink speelt in het menselijk lichaam onder andere een belangrijke rol in het proces van de seksuele maturatie.
Mogelijk ligt hierin de verklaring waarom oesters vaak als een afrodisiacum worden beschouwd. Sommige vissen zoals sardienen worden inclusief de graatjes opgegeten. Hiermee wordt hun calciumaanbreng opgedreven.
Zeevissen bevatten ten slotte als vanzelfsprekend meer natrium dan zoetwatervissen.
Wie weinig of nooit vis eet, loopt meer kans op een tekort van twee belangrijke sporenelementen, namelijk van jodium en selenium.
Het sporenelement jodium is essentieel voor de synthese van de schildklierhormonen. Deze hormonen regelen het metabolisme van de lichaamscellen, het groeiproces van de weefsels tijdens de eerste levensfase en in het bijzonder de groei van de hersenen.
Het meest bekende symptoom van een jodiumtekort bij volwassenen is een goiter of krop. Bij zwangere vrouwen kan een tekort aan jodium aanleiding geven tot een miskraam en vroeggeboorte.
Jodiumtekort bij jonge kinderen (of bij de foetus) brengt de normale groei en ontwikkeling van de hersenen in het gedrang met mogelijk een verminderd gehoor, een verstandelijke achterstand of in het ergste geval een onomkeerbare mentale retardatie (cretinisme) tot gevolg.
Vis is gezond en dat geldt ook voor vette vissoorten zoals zalm, haring, tonijn en sardienen. Twee porties vette vis per week kan de sterfte aan hart- en vaatziekten met 20 tot 30 procent verminderen. Regelmatige viseters hebben minder kans op een hartstilstand en mogelijk ook op dementie. Vis heeft nog meer voordelen. Zwangere vrouwen die minstens een keer per week vis eten, hebben minder risico op een vroeggeboorte en baby’s met een laag geboortegewicht. Visvetten zijn ten slotte cruciaal voor de ontwikkeling van de hersenfuncties. In landen waar het minste vis wordt gegeten zouden volgens Professor Crawford (Institute of Brain Chemistry, Londen) meer geweld, zelfmoorden en depressies voorkomen. Het gemiddelde intelligentiequotiënt zou er ook lager zijn.
Het eten van vette vis helpt tegen depressies. Dat zegt professor Armand Christophe van de Gentse universiteit. Hij voert samen met vorsers uit andere landen onderzoek naar depressie. "Lange tijd heeft men gedacht dat depressies vooral te maken hadden met de structuur van de hersenen. Wij hebben in Gent een aantoonbaar verband gevonden met vetzuren."
Onze hersenen bevatten naast water veel vetten die rijk zijn aan DHA of docosahexaeenzuur, een vetzuur dat ons lichaam enkel aanmaakt onder bepaalde gunstige omstandigheden. De wetenschapper van de vakgroep Inwendige Ziekten bevestigde wat al eerder geweten was: depressieve mensen hebben een tekort aan DHA.
In vergelijking met vroeger consumeren wij minder DHA en maken wij minder DHA aan en dat komt volgens professor Christophe grotendeels door ons gewijzigd voedingspatroon. "De belangrijkste bron van DHA in de voeding is vette vis. Maar we eten met z'n allen minder vette vis."
Na een onderzoek bij zwangere vrouwen bleek nog een ander vetzuur van dezelfde familie als DHA (de zogenaamde hogere omega-3 vetzuren) een rol te spelen: EPA of eicosapentaeenzuur. Vrouwen die minder EPA in hun bloed hadden, bleken vatbaarder voor postnatale depressies. "Verder kon worden aangetoond dat bij familieleden van depressieve patiënten, die echter zelf geen depressie hadden, ook verminderde waarden aan hogere omega-3 vetzuren voorkomen", aldus Christophe.
Hoe groot de rol is van deze vetzuren in de ontwikkeling van depressies in vergelijking met andere factoren, kan de professor niet zeggen. "Maar zeker is dat als je meer vis eet, je de kans op een depressie verkleint. En het kan misschien zelfs helpen, wanneer medicatie niet meer helpt".